ECLI:NL:RBDHA:2026:9925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met Nepalese nationaliteit, diende op 10 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat Roemenië eerder een visum en verblijfstitel aan eiser had verleend. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling en wees op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege structurele tekortkomingen in het Roemeense asielsysteem, onderbouwd met het AIDA-rapport 2024 en persoonlijke mishandelingen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van zodanige structurele tekortkomingen die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro opleveren.
De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro op grond van bijzondere individuele omstandigheden, zoals mishandeling, noodzakelijk is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.