Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,(gemachtigde: R.W.B. van Middelaar),
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
€ 53 vermeerderd met 21% btw). Vanwege uitvoeringstechnische redenen is
€ 10,90 betaald. In beroep heeft verweerder verklaard dat de waarde is verlaagd op basis van een vragenlijst ingevuld door eiser en niet op basis van het rapport.
€ 10,90) redelijk is en in verhouding staat tot de kosten gemoeid met het rapport. De proceskostenvergoeding is naar de bedoeling van de wetgever een tegemoetkoming in de werkelijke kosten. [3] Anders dan eiser meent, geldt voor de vergoeding voor een deskundigenverslag niet een ander wettelijk kader. Zoals bevestigd door de Hoge Raad, kan ingevolge artikel 7:15 van Pro de Awb en de in die bepaling vervatte dubbele redelijkheidstoets een vergoeding gebaseerd op een tijdsbesteding van 10 minuten onder omstandigheden (meer dan) redelijk zijn. [4] Gelet op wat hiervoor is overwogen (het rapport bestaat enkel uit een verzameling computer-gegenereerde gegevens), gelet op de diverse onjuistheden in het rapport waar verweerder terecht op heeft gewezen en vanwege het grote aantal taxatierapporten met [taxateur] als waarderingsmeester dat [bedrijfsnaam 1] landelijk indient (alleen al bij verweerder waren dat er circa 2.500 in 2024), kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat aan het rapport niet meer dan 10 minuten is besteed.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.