ECLI:NL:RBDOR:1998:AA3740
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens schending hoorplicht
Eiseres ontving een WAO-conforme uitkering die per 25 juni 1996 werd ingetrokken door verweerder. Na bezwaar werd de beëindigingsdatum aangepast naar 18 oktober 1996, maar het overige bezwaar werd ongegrond verklaard. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Dordrecht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldeed aan de hoorplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:2 van Pro de Awb. Hoewel verweerder eiseres de mogelijkheid bood om telefonisch contact op te nemen voor een hoorzitting, mocht het niet reageren binnen een termijn niet leiden tot het niet bieden van een hoorzitting. Dit was een niet in de wet voorziene formaliteit.
Eiseres had zich in het beroepschrift niet beklaagd over het achterwege laten van de hoorzitting, maar tijdens de zitting gaf zij aan wel gehoord te willen worden. De rechtbank nam deze aanvullende grief mee en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de hoorplicht.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, begroot op f 1.420,-. De uitspraak werd op 4 december 1998 in het openbaar gegeven door de meervoudige kamer van de rechtbank Dordrecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.