ECLI:NL:RBDOR:2002:AE3772
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.C. Smid
- A.P. Hameete
- F. van der Meijden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van wettige bewijs voor vervoer gevaarlijke stoffen tijdens parkeren
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het vermeende ten laste gelegde feit van het vervoeren van gevaarlijke stoffen door middel van parkeren binnen de bebouwde kom, waarbij de bebouwde kom niet zoveel mogelijk werd vermeden. De tenlastelegging was gebaseerd op artikel 11 van Pro de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs).
Tijdens de terechtzitting op 23 mei 2002 werd door het openbaar ministerie en de verdediging gedebatteerd over de vraag of parkeren en laten staan van een vervoermiddel ook onder het begrip 'vervoeren' in de Wvgs valt. De rechtbank heeft de wetstekst en parlementaire geschiedenis bestudeerd en concludeerde dat parkeren en laten staan weliswaar onder de toepassingsbereik van de wet vallen, maar niet als onderdeel van het begrip 'vervoeren' in artikel 11 Wvgs Pro worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden omdat het feitelijke handelen van verdachte (parkeren) niet valt onder het wettelijk begrip vervoer zoals bedoeld in de Wvgs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan in openbare terechtzitting op 6 juni 2002 door de meervoudige kamer van de rechtbank Dordrecht, waarbij de rechters H.A.C. Smid (voorzitter), A.P. Hameete en F. van der Meijden het vonnis hebben gewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat parkeren niet valt onder het begrip vervoer in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.