ECLI:NL:RBDOR:2003:AI0128
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- W. van Veen
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorschot schadevergoeding aan ex-werknemer met asbestziekte ondanks verjaring
Eiser, geboren in 1936, was van 1951 tot 1983 werkzaam bij de rechtsvoorganger van Verolme en werd in 1984 afgekeurd. In 2001 werd bij hem de diagnose maligne mesothelioom gesteld, een ziekte veroorzaakt door asbestblootstelling. Eiser stelde Verolme aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro en vorderde in kort geding een voorschot van €45.000 op de schadevergoeding.
Verolme beriep zich op de 30-jarige verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 2 BW Pro, omdat meer dan dertig jaar was verstreken sinds de laatste blootstelling. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2000. De blootstelling vond plaats in een periode waarin het gevaar van asbest bekend was, maar de ziekte pas veel later werd vastgesteld.
De rechtbank achtte de stellingen van eiser voldoende aannemelijk, mede door verklaringen van oud-collega's en arbeidshistorisch onderzoek. Verolme had onvoldoende gemotiveerd betwist dat geen beschermingsmaatregelen waren getroffen. Gezien de korte levensverwachting van eiser en het spoedeisende belang, werd het voorschot van €45.000 toegewezen. Verolme werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verolme wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van €45.000 aan eiser wegens asbestschade ondanks verjaring.