ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1806
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening dagloon WW-uitkering bouwnijverheid wegens ontbreken nieuw feiten
Eiser verzocht het UWV om herziening van het dagloon waarop zijn WW-uitkering was gebaseerd, omdat het dagloon in de sector bouwnijverheid onjuist was vastgesteld doordat de werknemersbijdrage aan de premie voor het Vroegpensioen niet als loon was meegeteld. Het UWV stelde een gedragslijn op waarbij herziening met terugwerkende kracht alleen plaatsvindt na een herzieningsverzoek en alleen voor de toekomst vanaf die datum.
De rechtbank overwoog dat het oorspronkelijke besluit rechtsgeldig was en dat een kennelijke onjuistheid geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank vond de gedragslijn van het UWV niet kennelijk onredelijk en oordeelde dat het bestuursorgaan niet verplicht is ambtshalve kennelijk onjuiste besluiten te herzien.
Eiser voerde aan dat de fout pas eind 2004 werd onderkend en dat de ongelijkheid tussen sectoren discriminerend is, maar de rechtbank verwierp dit standpunt omdat eiser tegen het oorspronkelijke besluit had kunnen opkomen en er in andere sectoren ook veel mannen werken waar het dagloon wel juist werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de weigering niet in strijd was met algemene rechtsbeginselen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering tot herziening van het dagloon is ongegrond verklaard.