ECLI:NL:RBDOR:2010:BM6515
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden in winkel
Verzoekers ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de WWB, maar deze werd ingetrokken met ingang van 29 oktober 2009 omdat verzoeker werkzaamheden in een winkel bleef verrichten zonder dit te melden. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) constateerde op 3 en 5 november 2009 dat verzoeker nog steeds actief was in de winkel, ondanks waarschuwingen.
Verzoekers betwistten de aard en omvang van de werkzaamheden en voerden aan dat de winkel inmiddels gesloten was, waardoor het recht op bijstand weer vastgesteld had moeten worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de verklaringen van SDD-medewerkers en de eigenaar voldoende bewijs vormden dat verzoeker na 29 oktober 2009 werkzaamheden verrichtte. De intrekking van de bijstand was daarom terecht.
De rechtbank stelde vast dat de intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 29 oktober tot en met 10 november 2009 rechtmatig was en dat er geen reden was om het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.