ECLI:NL:CRVB:2010:BO8852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs werkzaamheden
Appellanten ontvingen bijstand na verkoop van hun winkel en werden door de Bestuurscommissie onderzocht op vermeende werkzaamheden in de winkel tijdens de bijstandsperiode. Op basis van een rapport met waarnemingen van bezoeken aan de winkel werd geconcludeerd dat appellant werkzaamheden verrichtte, wat zou leiden tot intrekking van de bijstand vanaf 29 oktober 2009.
De Raad oordeelt dat het onderzoek onvoldoende waarborgen bevatte, onder meer omdat verslagen van bezoeken onvolledig en onduidelijk waren, en dat niet aannemelijk is gemaakt dat appellant daadwerkelijk werk verrichtte. De bewijslast rustte op de Bestuurscommissie, die niet slaagde in haar bewijs.
Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking van de bijstand en het bezwaarbesluit, herroept het intrekkingsbesluit en veroordeelt de Bestuurscommissie in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en de bijstand wordt hersteld.