Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
4.Investering
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- vermindert de boete tot € 4428.
Rechtbank Gelderland
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd omdat zij de economische eigendom van een bedrijfspand van een commanditaire vennootschap (cv) verkreeg. De cv werd tegelijkertijd ontbonden doordat deze na levering slechts uit één vennoot bestond, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarden van de interne reorganisatievrijstelling volgens artikel 15, lid 1, onderdeel h, van de WBR en artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit.
De rechtbank constateerde dat de verkoop van participaties aan een derde partij was overeengekomen, maar feitelijk werd uitgevoerd door levering van de economische eigendom van het bedrijfspand aan een dochtervennootschap van die partij. Omdat de commanditaire vennoten niet meer deelnamen na levering, was de cv ontbonden en kon de vrijstelling niet worden toegepast.
De verzuimboete werd wel gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn met 10%. De rechtbank wees het beroep van eiseres af en bevestigde de naheffingsaanslag, boete en heffingsrente, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is terecht opgelegd en de boete wordt gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.