Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Partijen
4.Beoordeling van het geschil
Geheimhoudersgesprekken
Rechtbank Gelderland
Eiser werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006, waarbij een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €175.000 werd vastgesteld. Eiser betwistte de woonplaats in Nederland en de rechtmatigheid van het bewijs, waaronder een overeenkomst van dading die via een telefoontap was verkregen.
De rechtbank stelde vast dat eiser gedurende 2006 sociaal en economisch gezien zijn duurzame middelpunt van belangen in Nederland had, ondanks zijn werkverblijf in Zwitserland. De geplande verhuizing naar Zwitserland ging niet door en het gezin woonde het hele jaar in de woning in Nederland. Ook de bankrekeningen en andere banden wezen op Nederland als woonplaats.
Eiser voerde aan dat de overeenkomst van dading onrechtmatig was verkregen via een telefoontap op het nummer van zijn advocaat en daarom niet als bewijs mocht dienen. De rechtbank oordeelde echter dat deze overeenkomst niet onder de geheimhoudersgesprekken viel en dat geen schending van het verschoningsrecht had plaatsgevonden. Gebruik van deze overeenkomst als bewijs was daarom toegestaan.
Ten aanzien van de aanslag oordeelde de rechtbank dat het bedrag van €175.000 terecht als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang was aangemerkt. Eiser kon niet aannemelijk maken dat het bedrag een liquidatieuitkering betrof of dat er kosten van €30.000 in mindering gebracht konden worden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2006 wordt gehandhaafd.