AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor inbraak met brandstichting en opzetheling van gestolen auto
Op 21 december 2012 werd in een woning te Maasbommel ingebroken waarbij diverse goederen werden weggenomen. Tijdens de inbraak werd opzettelijk brand gesticht, wat leidde tot verbranding van een logeerbed en de dood van een kat door koolmonoxidevergiftiging.
DNA-sporen van verdachte werden op drie plaatsen in de woning aangetroffen, waaronder op een luciferdoosje, wat de rechtbank overtuigde van zijn aanwezigheid en betrokkenheid bij de inbraak en brandstichting. Verdachte ontkende dit en stelde dat contaminatie mogelijk was, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor opzetheling van een gestolen BMW die hij had verworven en doorverkocht. Ondanks zijn verweer dat hij de verkeerde auto had ontvangen, concludeerde de rechtbank op basis van tapgesprekken en getuigenverklaringen dat verdachte de auto in bezit had en wist dat deze gestolen was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaar op, hoger dan geëist, vanwege de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Tevens werd een schadevergoeding van €27.868,35 aan de slachtoffers toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de inbraak.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en betaling van €27.868,35 schadevergoeding wegens inbraak met brandstichting en opzetheling.
Voetnoten
1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, District Gelderland-Zuid, Eenheid vermogenscriminaliteit, Woning inbraken team, opgemaakte proces-verbaal, OPS dossiernummer 2013053646, gesloten op 4 juli 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 1] en [benadeelde 2], p. 26, met bijlage weggenomen goederen, p. 29-31; proces-verbaal van bevindingen, p. 30.
3.Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 1] en [benadeelde 2], p. 25-28; proces-verbaal sporenonderzoek, p. 46-47.
4.Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 46. De sporen zijn als volgt genummerd: op de betonnen vloer voor de deur van het voorportaal, spoor 11435; op de vloer van het kantoor, spoor 11437; op de rand van de lade van de dossierkast, spoor 11436. Blijkens het proces-verbaal van identificatie n.a.v. DNA-sporen op pagina 71, is spoor 11437 gekoppeld aan SIN nummer AAEW3075#01.
5.Een schriftelijk bescheid, zijnde een rapport resultaten DNA-onderzoek, p. 75.
6.Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 46-48.
7.Een nagekomen schriftelijk bescheid, zijnde een rapport van het NFI, d.d. 8 augustus 2013. De bemonstering van de buitenzijde van het luciferdoosje is gekoppeld aan SIN nummer AAEW3079NL#01, de bemonstering van de binnenzijde van het luciferdoosje is gekoppeld aan SIN nummer AAEW3079NL#02. Na vergelijking van DNA is geconcludeerd dat de kans dat het DNA profiel van een ander dan verdachte is, is ongeveer één op 20 miljoen.
8.Proces-verbaal van aangifte, p. 80 met goederenbijlage p. 85.
9.De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
10.Een schriftelijk bescheid, zijnde een uitgewerkt tapgesprek, p. 95.
11.Een schriftelijk bescheid, zijnde een uitgewerkt tapgesprek, p. 96.
12.Een schriftelijk bescheid, zijnde een uitgewerkt tapgesprek, p. 101.
13.Proces-verbaal verhoor getuige [getuige], p. 91-92.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 87.
15.De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.