ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1899
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid informatiebeschikking belastingheffing en toepassing nemo tenetur-beginsel
Verweerder heeft aan eiser een informatiebeschikking opgelegd op grond van artikel 52a van de AWR, omdat eiser niet alle gevraagde informatie verstrekte over zijn wereldinkomen en verblijfplaats. Eiser betwistte de verplichting tot verstrekking, stellende dat Nederland geen heffingsbevoegdheid had vanwege zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk en dat het nemo tenetur-beginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder op basis van voldoende aanwijzingen, waaronder het bezit en gebruik van woonhuizen in Nederland, ziektekostenverzekeringen en de woonplaats van de partner van eiser, redelijkerwijs mocht aannemen dat de gevraagde informatie relevant was voor de belastingheffing. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de informatiebeschikking terecht is vastgesteld.
Verder stelt de rechtbank dat het nemo tenetur-beginsel niet is geschonden omdat de informatie uitsluitend voor belastingheffing wordt gevraagd en niet voor strafrechtelijke doeleinden. Ook het motiveringsbeginsel is niet geschonden, aangezien verweerder voldoende heeft toegelicht waarom de informatie werd gevraagd.
De rechtbank geeft eiser een termijn van drie maanden om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de rechtmatigheid van de informatiebeschikking en wijst het beroep van eiser af met een termijn van drie maanden voor het alsnog verstrekken van informatie.