Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
van kracht in de periode 2010 tot en
over de periode 2010 tot en met 2015.
"Ik heb begrepen dat [D Ltd.] is opgeheven na 30/9/2013.
"in uw brief heb ik niet kunnen achterhalen op basis van welk informatie u tot uw
"U vraagt specifieke informatie (zie vraag 6) in dezelfde brief waarin u al een standpunt daarover heeft geformuleerd en waarbij u tevens geen aannemelijke onderbouwing geeft bij u ingenomen standpunt. Dit zou kunnen betekenen dat u weinig of geen aannemelijk onderbouwing heeft voor u ingenomen standpunt. Dit zou derhalve mijn inziens onredelijk zijn mede gelet op de zeer persoonlijke informatie (privacy) die u daarbij opvraagt (bijv. vraag 3- alle bankrekening mutaties na 3019/2013) over de periode dat ik niet meer in Nederland woonachtig ben."
“Gelet B. 1., B2. & B3., ben ik derhalve (principieel) van mening dat ik u geen informatie hoef te verstrekken m.b.t. de periode na 30/9/2013 voor standpund A. Hierdoor ben ik van oordeel dat u op een 'fishing expedition' uit bent m.b.t dit standpunt."
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten en griffierecht
6.Beslissing
- verklaart het beroep met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014;
- wijzigt de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 in die zin dat alleen de vragen 1 tot en met 9 in stand blijven;
- stelt belanghebbende tot vier weken na verzending van deze uitspraak in de gelegenheid alsnog de gevraagde informatie aan de inspecteur te verstrekken;
- veroordeelt de inspecteur in de voor bezwaar en beroep gemaakte proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2.430; en
- gelast dat de inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de rechtbank betaalde griffierecht ten bedrage van € 46 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: