ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2197
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- J.M.W. van de Sande
- A.H.M. Haerkens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over belastingaanslagen, boetes en heffingsrente inzake buitenlandse bankrekening en winstcorrecties
De rechtbank Gelderland behandelde een meervoudige belastingzaak waarin eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen, boetes en heffingsrente over de jaren 1994 tot en met 2005. Centraal stond de vraag of eiser terecht was aangemerkt als rekeninghouder van een Zwitserse bankrekening en of de opgelegde correcties en boetes gegrond waren.
Uit gegevens van Duitse autoriteiten bleek dat eiser en zijn ouders aanzienlijke bedragen op een buitenlandse bankrekening hadden gestort. Eiser ontkende dit en weigerde informatie te verstrekken, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard. De rechtbank oordeelde dat de aanslagen en boetes met betrekking tot de buitenlandse bankrekening terecht waren opgelegd. De winstcorrecties voor de jaren 2001 tot en met 2005 werden echter onterecht geacht en vernietigd.
Verder werd geoordeeld dat het gebruik van de verlengde navorderingstermijn voor de buitenlandse bankrekening niet in strijd was met het EU-recht vanwege de standstill-bepaling. De boetes wegens het niet aangeven van buitenlandse vermogensbestanddelen werden gematigd tot 80% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek van eiser tot vergoeding van integrale proceskosten werd afgewezen, maar een deel van de proceskosten werd toegewezen aan eiser.
De rechtbank bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar en heropent het onderzoek voor het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Belastingaanslagen en boetes voor buitenlandse bankrekening zijn terecht, winstcorrecties 2001-2005 onterecht; boetes wegens overschrijding redelijke termijn gematigd tot 80%; proceskosten deels toegewezen.