ECLI:NL:RBGEL:2014:2751
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid WGA-uitkering
Eiser en zijn broer dreven samen een VOF waarin zij gelijkelijk gerechtigd waren tot de winst. De broer was in 2008 en 2009 ziek en bracht zijn Ziektewetuitkering als winst in de VOF. Verweerder stelde het maatmaninkomen vast op basis van de door eiser opgegeven fiscale winst over 2007-2009, inclusief de Ziektewetuitkering van de broer.
Eiser betwistte deze berekening en stelde dat in 2008 en 2009 de volledige winst aan hem toekwam, omdat zijn broer niet werkte. Hierdoor zou zijn arbeidsongeschiktheid hoger zijn dan vastgesteld. Verweerder verwees naar vaste jurisprudentie dat het maatmaninkomen wordt vastgesteld op basis van de fiscale nettowinst over de drie voorafgaande jaren.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van de zieke broer geen bijzondere omstandigheid vormt die afwijkt van deze hoofdregel. De winstverdeling volgens de fiscale aangifte is daarom correct. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.