ECLI:NL:RBGEL:2014:4380
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht door verzwegen bankrekening
Eiser ontving vanaf 30 januari 2011 bijstand en beschikte over een bankrekening met een saldo dat het vrij te laten vermogen overschreed. Verweerder startte een onderzoek en constateerde dat eiser deze rekening niet had gemeld, waardoor de inlichtingenplicht werd geschonden. Verweerder trok de bijstand in over de periode 30 januari 2011 tot en met 31 mei 2013 en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
Eiser stelde dat een interingsperiode van 16 maanden had moeten gelden, maar de rechtbank volgde de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat bij schending van de inlichtingenplicht geen ruimte is voor een (fictieve) interingsnorm. De rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte het oude wetsartikel toepaste, maar paste dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro correct toe.
Ook de terugvordering was gebaseerd op een oude wetsbepaling, maar dit werd eveneens gepasseerd. Eiser voerde aan dat zijn persoonlijke omstandigheden tot afzien van terugvordering hadden moeten leiden, maar de rechtbank oordeelde dat geen dringende redenen voor afzien aanwezig waren. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.