Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 oktober 2014
[X], te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“ (…) In uw aangifte heeft u een bedrag van € 65.803 aangegeven voor betaalde rente en kosten van (hypothecaire) geldleningen voor de eigen woning. Om te kunnen beoordelen of u het juiste bedrag heeft afgetrokken, verzoek ik u mij de volgende informatie te sturen:
- een specificatie van het bedrag van € 65.803 van de betaalde rente en kosten van (hypothecaire) geldleningen voor de eigen woning.
- (…)
(…)”
“ (…) De eerste drie leningen betreffen de vorige woning die te koop staat. De vierde lening is voor de nieuwe woning die wij in februari 2007 hebben aangeschaft. (…)”
Vragen:
“ (…) In de periode eind 2006 tot begin 2007 woonden wij weer aan de [A-straat 1]. (…)
In het verleden zijn door een collega van u (de heer [B] van belastingdienst Holland Midden) reeds vragen gesteld inzake de hypotheekrenteaftrek van de [A-straat 1] over de jaren 2005, 2006 en 2007. Naar aanleiding van de correspondentie met uw collega hierover zijn definitieve aanslagen opgelegd, overigens zonder correcties ten opzichte van de aangifte. Ik vertrouw er daarom op dat uw collega mijn aangifte goed heeft bekeken en geen aanleiding heeft gezien om de aangifte te corrigeren. (…)”
“ (…) Uw cliënt werkt bij een grote internationale onderneming, tevens is hij directeur-grootaandeelhouder van een eigen vennootschap. Hij verzorgt, voor zover ik kan zien, zelf zijn aangiften inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Dus een behoorlijke fiscale kennis kan hem niet worden ontzegd. (…)”
“ (…) In de helpfunctie bij de aangifte wordt uitgebreid aangegeven wanneer voor meerdere woningen hypotheekrenteaftrek mogelijk is. Het is ook gebruikelijk dat een hypotheekverstrekker er op gewezen wordt onder welke voorwaarden nog tijdelijk renteaftrek voor de oude woning mogelijk is. Dat aftrek van hypotheekrente voor de oude woning alleen mogelijk is wanneer deze te koop staat en niet wordt verhuurd mag dan ook bekend worden verondersteld. (…)”
Geschil
Beslissing
- verklaart het beroep inzake de belastingaanslag en de beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het beroep inzake boetebeschikking gegrond;
- vernietigt de boetebeschikking;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de boetebeschikking;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.477,63;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 44 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;