ECLI:NL:RBGEL:2015:1257
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit verrekening vakantiegeld met openstaande schulden onder respectering beslagvrije voet
Eiser ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) en had recht op vakantiegeld. Verweerder besloot het vakantiegeld van € 381,63 te verrekenen met openstaande schulden van eiser. Eiser maakte bezwaar en stelde dat rekening gehouden moest worden met de beslagvrije voet, wat verweerder niet had gedaan.
De rechtbank overwoog dat vakantiegeld onder de beslagvrije voet valt volgens artikel 475c Rv en het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3068). Dit arrest bepaalt dat het vakantiegeld slechts geheel of gedeeltelijk voor verrekening vatbaar is afhankelijk van het maandelijkse inkomen ten opzichte van de beslagvrije voet in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd.
Verweerder heeft nadere berekeningen overlegd waaruit bleek dat € 141,11 te veel was verrekend. De rechtbank oordeelde dat verweerder de beslagvrije voet juist had vastgesteld en dat het beroep gegrond was. Het besluit tot verrekening werd vernietigd en herroepen, waarbij een bedrag van € 240,52 aan vakantiegeld mocht worden verrekend.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het door eiser betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de beslagvrije voet bij verrekening van vakantiegeld met schulden.
Uitkomst: Het besluit tot verrekening van vakantiegeld met schulden wordt vernietigd en herroepen, waarbij een lager bedrag wordt vastgesteld.