Eiser diende een aanvraag in voor inschrijving en tenaamstelling van een voertuig op basis van een Engels kentekenbewijs. Verweerder, de RDW, wees de aanvraag af omdat het Voertuig Identificatie Nummer (VIN) niet kon worden vastgesteld en stelde dat het Engelse kentekenbewijs niet voldeed aan de vereisten van de Europese richtlijnen.
De rechtbank oordeelde dat het voertuig voldoet aan de definitie van een voertuig volgens Europese richtlijnen en dat het Engelse kentekenbewijs wel degelijk betrekking heeft op het voertuig. De RDW kon niet aantonen dat het kentekenbewijs niet voor het voertuig was afgegeven, ondanks onvolledige gegevens in het kentekenbewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval de RDW een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.