Eiser, een particulier die hobbymatig paarden houdt op 4,90 hectare grasland, kreeg bestuurlijke boetes opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en fosfaatgebruiksnorm in 2013. De boetes bedroegen in totaal €4.646,50. Eiser betwistte de overschrijding niet, maar voerde aan dat hij geen agrarisch ondernemer is en geen winstoogmerk heeft, en dat de mest in het kader van goed nabuurschap zonder vergoeding werd aangebracht.
De rechtbank oordeelde dat ook hobbymatig paardenhouden als veehouderij en landbouw in de zin van de Meststoffenwet geldt, en dat het begrip 'bedrijf' ruim moet worden uitgelegd zonder vereiste van winstoogmerk. Eiser droeg eigen verantwoordelijkheid voor het gebruik van mest en het niet kennen van de wetgeving vormde geen vrijwaring. Wel achtte de rechtbank het ontbreken van economisch voordeel, de eerste overtreding, volledige medewerking bij controle en de bereidheid tot compensatie relevante omstandigheden.
Gelet op deze omstandigheden matigde de rechtbank de boete met 50%, tot een totaal van €2.323,25. Tevens werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.