Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van
Vereniging Natuurmonumenten (eenheid Winterswijk), te Winterswijk, en 15 anderen, te [woonplaats] , eisers 1,
[V.o.f.](gemachtigde: mr. C.E. van Staveren).
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft een tussenuitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de omgevingsvergunning voor een groot pluimveebedrijf met 120.000 hennen en een mestdrooginstallatie. Eisers, waaronder omwonenden en natuurverenigingen, stelden dat de vergunning onrechtmatig is verleend vanwege onvoldoende onderbouwing van milieugevolgen zoals geur, fijnstof, geluid, stofhinder en ammoniakdepositie.
De rechtbank oordeelde dat de GGD-adviezen over fijnstof en volksgezondheid voldoende waren onderbouwd en dat de geluidberekeningen en voorschriften voor stofhinder en kadavers adequaat waren. Wel constateerde de rechtbank dat de geuremissie van de mestdrooginstallatie onterecht niet was betrokken bij de geurbelastingberekening en dat de status van een woning onjuist was beoordeeld, wat gevolgen kan hebben voor de milieutechnische en ruimtelijke aanvaardbaarheid.
Daarnaast werd vastgesteld dat de ammoniakdepositie op het Natura 2000-gebied Korenburgerveen niet correct was berekend vanwege een onjuiste emissiefactor. De rechtbank gaf het college van burgemeester en wethouders acht weken de tijd om deze gebreken te herstellen en de gevolgen opnieuw te beoordelen. Tot die tijd wordt de verdere beslissing aangehouden. Een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de gebreken herstelbaar zijn.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt het college in de gelegenheid binnen acht weken de gebreken in de vergunning te herstellen.