Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 24 december 2015
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
letter of intentovereengekomen dat [C] en de Stichting [F] (hierna: [F] ) aandelen in [G] B.V. en in [H] N.V. aan [I] B.V. zullen verkopen. Hierin is tevens opgenomen dat in een nog op te maken aandeelhoudersovereenkomst duidelijke afspraken worden gemaakt over een aantal bij name genoemde zaken.
In overweging nemende :
- Partijen gezamenlijk belangen hebben in een tweetal vennootschappen, genaamd [G] B.V. en [H] N.V.;
- Partij 2 en 3 hun belangen gezamenlijk hebben ondergebracht in een Stichting Particulier Fonds genaamd [F] en voor zover in deze overeenkomst gesproken wordt over aandeelhouders of achterliggers, Partij 2 en 3 als één gezien dienen te worden;
- Partij 1 direct of indirect een belang heeft van 50%, Partij 2 en 3 gezamenlijk direct of indirect een belang hebben van 33 1/3% en Partij 4 direct of indirect een belang heeft van 16 2/3%;
- (…) Partij 2 en 3 hun belangen houden via SPF [C] (…)
- in de aandeelhoudersovereenkomst van april 2007 is eiser genoemd als partij die een belang heeft in [H] N.V. en [G] B.V., welk belang wordt gehouden via [C] ;
- aan de
- de heer [N] , bestuurder van [C] , heeft verklaard dat de achterligger kan beschikken over het inkomen en vermogen van de SPF, dat eiser en zijn broer in feite handelingsbevoegd waren voor de beide SPF’s, dat zijn managementcontract hem niet toestond namens [C] te tekenen en dat eiser en zijn broer feitelijk beslissingsbevoegd waren aangaande de vermogensbestanddelen van [C] ;
- de heer [O] , achterligger van [F] , heeft verklaard dat eiser en zijn broer onvoorwaardelijk en geheel gerechtigd zijn tot alle revenuen van ondernemingen waarin [C] een belang uitoefent.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de belastingaanslag tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 63.689, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 261.215 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 980;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 45 vergoedt.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;