ECLI:NL:RBGEL:2016:2388
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens inkomen studerende thuiswonende dochter
Eiser, die bijstand ontvangt naar de norm voor gehuwden, kreeg zijn uitkering verlaagd met 10% vanwege het inkomen van zijn studerende thuiswonende dochter. De dochter werkt en ontvangt studiefinanciering, inclusief een basis- en aanvullende beurs, en had de mogelijkheid om een bedrag bij te lenen. Verweerder hield bij de berekening rekening met het maximale leenbedrag, waardoor het inkomen van de dochter de grens van €750 per maand overschreed.
Eiser betwistte dat het inkomen van zijn dochter deze grens overschrijdt, stellende dat het werkelijke inkomen lager is en dat zij daarom als inkomensafhankelijk kind moet worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat de WWB en de Wet studiefinanciering 2000 voorschrijven dat niet alleen het daadwerkelijk genoten inkomen, maar ook het maximaal bij te lenen bedrag in aanmerking moet worden genomen.
De rechtbank volgde de uitleg dat het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud ook het maximale leenbedrag omvat, ook als dit niet wordt gebruikt. Dit is in lijn met de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie. Daarom was de verlaging van de bijstand terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van eiser wordt met 10% verlaagd vanwege het inkomen van zijn studerende thuiswonende dochter.