ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering vanwege inkomen meerderjarig inwonend kind niet gerechtvaardigd
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder met toeslag. Haar meerderjarige inwonende zoon ontving studiefinanciering en een stagevergoeding. Het college verlaagde de bijstand met 10%, omdat appellante geacht werd kosten te delen met haar zoon. De rechtbank stelde het inkomen van de zoon hoger vast dan de inkomensgrens en bevestigde de verlaging.
Appellante stelde dat de studiefinanciering niet als inkomen moest worden meegeteld en dat de stagevergoeding niet als inkomen kon gelden omdat deze werd besteed aan persoonlijke kosten. Het college handhaafde het standpunt dat het totale inkomen van de zoon boven de inkomensgrens lag, gebaseerd op een normbedrag voor studiefinanciering.
De Raad oordeelde dat de studiefinanciering volgens de wettelijke norm als inkomen moet worden beschouwd en dat de stagevergoeding inkomen vormt. Het totale inkomen van de zoon lag echter onder de inkomensgrens die het college hanteerde. Daarom was de verlaging van de bijstand niet gerechtvaardigd en werd het besluit vernietigd. Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade werd afgewezen, maar de wettelijke rente en proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd omdat het inkomen van het meerderjarig inwonend kind lager is dan de inkomensgrens.