Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 7 juli 2016
[X] , te [Z] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Winterswijk, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.Ter onderbouwing van deze waarde heeft eiseres heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd:
- dat tegen afzonderlijke onderdelen van de waardebepaling van de woning bezwaar en beroep moet kunnen worden ingesteld;
- dat het erf en de tuin bij de woning een rijksmonument zijn en dat de tuin van de woning historisch is;
- dat het percentage van de post ‘nieuwe natuur’ uit 2008 tevens van toepassing is in het onderhavige jaar;
- dat voor de waardebepaling het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD0436) en de methode als gebruikt in de Taxatiewijzer NSW‑landgoederen (hierna: de taxatiewijzer) niet van toepassing is;
- dat de berekening van de instandhoudingsfactor behorend bij de uitspraak op bezwaar ondeugdelijk is en dat de instandhoudingsfactor van de ondergrond die van de opstallen volgt;
- dat bij het bepalen van de waarde van de woning de openbaar gemaakte taxatiewijzer en de daarin gehanteerde instandhoudingslast van 40 percent leidend is;
- dat de door verweerder gehanteerde inhoud van de woning niet correct is aangezien de bovenverdieping niet bruikbaar is voor bewoning;
- dat de in de uitspraak op bezwaar genoemde vergelijkingsobjecten ondeugdelijk zijn en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de verschillen tussen deze objecten en de woning, onder andere wat betreft de ligging, het hoge plafond en daarmee loze ruimte en de roedenraampjes.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;