ECLI:NL:RBGEL:2016:6140
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving bijstand sinds oktober 2011. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de sociale recherche een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie en die van de man die mogelijk bij haar verbleef. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terug omdat hij aannam dat zij een gezamenlijke huishouding voerden vanaf maart 2012, zonder dat eiseres dit had gemeld.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en de man weliswaar hetzelfde hoofdverblijf deelden, maar dat verweerder onvoldoende bewijs leverde voor wederzijdse zorg, een vereiste voor een gezamenlijke huishouding volgens de Participatiewet. Het onderzoek bevatte geen adequaat bewijs van financiële of materiële zorg van de man voor eiseres.
Verweerder kon niet aantonen dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden en dat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot intrekking en terugvordering daarom onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde het. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.