Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
VGZ Zorgkantoor B.V. te Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
pro forma-factuur van het hotel [hotelnaam] overgelegd. Verweerder merkt op dat eiser in staat moet zijn een uitcheckfactuur over te leggen, dat niet is gebleken dat de zorgverleners daadwerkelijk in de gereserveerde kamers hebben geslapen en dat eiser geen stukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de kosten van de gereserveerde kamers zijn betaald vanuit het pgb. Voorts merkt verweerder op dat er blijkens de
pro forma-factuur 5 verschillende kamers zijn gereserveerd met onderling verschillende aankomst- en vertrekdata, hetgeen in tegenspraak is met een e-mailbericht van eiser, waarin hij spreekt over drie kamers waarvan twee tweepersoonskamers en één eenpersoonskamer.
pro forma-factuur is vermeld ook daadwerkelijk aan het hotel is betaald), een e-mailwisseling met het hotel (waarin eiser aangeeft wie er in de gereserveerde kamers zullen verblijven), alsmede de veerbootboeking en de vluchtreservering (waaruit blijkt dat de zorgverleners mee zijn gegaan naar het Verenigd Koninkrijk). Met betrekking tot de opmerking dat er vijf kamers zijn geboekt wijst eiser erop dat zijn eigen kamer vanaf 29 september geboekt is voor acht nachten, dat er daarnaast twee kamers vanaf 29 september geboekt zijn voor zes nachten en voorts twee kamers vanaf 5 oktober voor twee nachten. Eiser merkt op dat het niet meer mogelijk was om twee kamers voor de zorgverleners te boeken voor de gehele vakantie, maar dat uit de genoemde data duidelijk blijkt dat er steeds maar drie kamers in gebruik waren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de beide primaire besluiten, bepaalt dat het litigieuze bedrag van € 3.078,08 wordt goedgekeurd en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht groot € 45,- aan hem vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 32,65.