Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 21 maart 2017
Fiscale eenheid [X] B.V. C.S., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
De toegangsprijzen voor de parken bedragen, afhankelijk van de periode in het jaar, € 13,50 tot € 27,50 voor het attractiepark en € 8 voor het waterpark (in combinatie met de toegang tot het attractiepark). Tegen betaling van € 7,50 kan de auto op het parkeerterrein worden geparkeerd. Het kopen van een parkeerticket kan via de automaat op het parkeerterrein, bij de kassa van het attractiepark of de bij de receptie van het vakantiepark.
Over de omzet die wordt behaald met toegangskaarten voldoet eiseres 6% omzetbelasting op aangifte. Over de opbrengsten van het parkeren voldoet eiseres het algemene omzetbelastingtarief van 21% op aangifte.
onder de beste (of best mogelijke) voorwaarden. Voor zover de rechtbank kan nagaan, wijken alleen de Engelse en Nederlandse versies hiervan af. De sterke onderlinge overeenkomst van de tekst in de eerstgenoemde taalversies van het arrest is een aanwijzing dat deze versies de bedoeling van het HvJ EU het best verwoorden.
Beoordeling van de beroepsgronden
The Motivation to Work, New York 1959, ISBN 0-471-37389-3). Volgens de theorie worden mensen op twee manieren beïnvloed: door motivatiefactoren en hygiënefactoren. Motivatiefactoren zijn intrinsiek aan de handeling en leiden tot meer tevredenheid, hygiënefactoren hebben betrekking op de context en nemen ontevredenheid weg. Naar het oordeel van de rechtbank kan alleen een motivatiefactor een middel zijn om de hoofdprestatie onder de beste voorwaarden te genieten. Het parkeren is een hygiënische voorwaarde. Het heeft alleen betrekking op de context en kan niet leiden tot meer tevredenheid bij het eigenlijke bezoek aan de parken.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;