Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 april 2017
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
all the usual possibilities of investigation are exhausted”.
- of verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd;
- of eiser de vereiste aangifte heeft gedaan;
- of de bewijslast dient te worden omgekeerd, en zo ja, of de aanslag berust op een redelijke schatting.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2009 gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2009 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 201.385, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 837.389 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 79.173;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep tegen de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.596,50;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 45 te vergoeden.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;