Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 1 juni 2017
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- is sprake van gelieerdheid tussen eiseres en [F] ?
- is de lening onzakelijk?
- is sprake van een bijzondere omstandigheid zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BN3442, BNB 2012/37)?
- heeft eiseres recht op een integrale proceskostenvergoeding?
Certificate of Incorporationvan [F] waarin als bestuurders sinds [2001] staan vermeld [L] , [d] en [e] en die is afgegeven door de
Registrar of International Business Companiesvan Saint Vincent en de Grenadines. Tot slot heeft eiseres gesteld dat de vermelding op verschillende websites van het contactadres in [Z] te maken heeft met het feit dat in de jaren negentig de communicatie met [b] via de VOF is verlopen en dat de vermelding op deze websites geen aanwijzing kan zijn voor gelieerdheid.
Certificate of Incorporationgeeft geen informatie over wie de eigenaar van [F] is en de verklaring van [L] uit 2009 sluit niet uit dat eiseres of [A] of een andere met hen gelieerde partij mede-eigenaar is. Afgezien hiervan, heeft verweerder de juistheid van die verklaring in twijfel getrokken, omdat die op geen enkele wijze is onderbouwd met controleerbare gegevens. Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van eiseres gelegen om haar stellingen met verifieerbare gegevens te onderbouwen, hetgeen ook had gekund omdat [A] naar eigen zeggen bijna maandelijks naar Suriname afreisde. Gelet hierop, kent de rechtbank aan de verklaring van [L] weinig betekenis toe.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;