Eiseres, die gezinsbijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van leermiddelen en een laptop voor haar minderjarige zoon die een mbo-opleiding volgt. Verweerder wees de aanvraag af omdat de Wet op het kindgebonden budget (Wkb) als toereikende en passende voorliggende voorziening werd beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de Wkb een voorliggende voorziening is, deze niet passend en toereikend is voor de specifieke schoolkosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis van de Wet hervorming kindregelingen en de Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen, waaruit blijkt dat de Wkb niet in alle gevallen het recht op onderwijs garandeert.
Verder stelde eiseres dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, aangezien zij niet had kunnen reserveren voor de kosten vanwege de onverwachte afschaffing van de WTOS en de verplichte laptop. De rechtbank acht dit aannemelijk en oordeelt dat sprake is van bijzondere omstandigheden.
Ook het argument dat eerdere bijzondere bijstand voor een desktopcomputer afwijzing van de laptopaanvraag rechtvaardigt, wordt verworpen omdat een laptop andere eigenschappen heeft en voor een ander doel is aangeschaft.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens worden verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.