Vergunninghoudster vroeg om een omgevingsvergunning voor de interne verbouwing van een pand in Nijmegen tot een complex met ateliers en wooneenheden. Eiser, een omwonende, maakte bezwaar tegen het besluit vanwege mogelijke parkeer- en geluidshinder en strijd met de bouwverordening.
De rechtbank oordeelde dat bij de beoordeling van de aanvraag alleen het project zelf moet worden beschouwd en niet de eerdere situatie van het naastgelegen pand. Verweerder had ten onrechte berekeningen gebruikt die ook rekening hielden met het voormalige gebruik van het naastgelegen pand als discotheek.
De rechtbank stelde vast dat het project een extra parkeerbehoefte van zes plaatsen genereert, terwijl geen extra parkeerplaatsen worden voorzien. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 2.5.30 van de Bouwverordening. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.