Uitspraak
Film Europe B.V.
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
“het verschuldigde (…) per kalendermaand”waarover de boete wordt berekend.
Rechtbank Gelderland
Eiser verhuurde kantoorruimte aan gedaagde Film Europe, die meerdere huurtermijnen niet betaalde en de huurovereenkomst opzegde per 1 februari 2017. Eiser vorderde betaling van de huurachterstand, de contractuele boeterente en buitengerechtelijke incassokosten.
Film Europe erkende de huurachterstand maar betwistte de hoogte van de boete en incassokosten, verwijzend naar haar financiële problemen. De kantonrechter stelde vast dat Film Europe tekort was geschoten in de nakoming van de betalingsverplichting en dat de huurachterstand € 6.806,14 bedroeg.
De boete werd volgens de kantonrechter berekend over het totaal van openstaande huurtermijnen per maand, wat resulteerde in een lagere boete dan door eiser gevorderd. De rechter matigde de boete vanaf 1 februari 2017 tot de wettelijke handelsrente omdat de contractuele boete anders buitensporig zou zijn.
De buitengerechtelijke incassokosten werden toegekend tot het wettelijke maximum. Film Europe werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de gematigde boete, incassokosten en proceskosten, met wettelijke rente. Een betalingsregeling kon de kantonrechter niet opleggen.
Uitkomst: Film Europe wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, gematigde boete, incassokosten en proceskosten met wettelijke rente.