Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 27 december 2017
mr. [X] , te [Z] , eiser,
de heffingsambtenaar van het gemeentelijk belastingkantoor Munitax, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.
De Hoge Raad oordeelde hierin dat bij de raming van kosten en baten ter zake als uitgangspunt geldt dat die raming niet in strijd mag komen met de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De over eerdere jaren ontstane overschotten moeten ongeacht de benaming als reserve of voorziening altijd voor het doel waarvoor zij zijn geheven worden aangewend. In het onderhavige geval is het overschot op de afvalstoffenheffing over 2013 in een bestemmingsreserve gestort en in 2015 daaraan onttrokken. Uit eisers nadere reactie van 17 oktober 2017 leidt de rechtbank af dat tot een bedrag van € 440.975 niet langer in geschil is dat dit op de juiste wijze is geboekt. Eiser stelt echter dat het restant van het overschot uit 2013 ten bedrage van € 28.345 ten onrechte niet in mindering is gekomen op de lasten ter zake. Verweerder heeft gesteld dat de onttrekking tot dit bedrag van € 28.345 ten gunste van de gehele afvalbegroting is gebracht, waardoor dit een positief effect heeft op het tarief van de afvalstoffenheffing. Naar het oordeel van de rechtbank is deze handelwijze niet in strijd met de uitgangspunten van het hiervoor bedoelde arrest van de Hoge Raad. Hetgeen eiser heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;