Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2018
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. A.H. van den Ham-Pool, griffier.
Rechtbank Gelderland
Eiser, rolstoelafhankelijk geworden na een beroerte, vroeg een persoonsgebonden budget (pgb) voor een handbewogen rolstoel en onderhoudskosten. Verweerder kende een pgb toe gebaseerd op de kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura bij de vaste aanbieder Welzorg.
Eiser stelde dat het pgb onvoldoende is omdat het niet toereikend is om bij meerdere aanbieders te kiezen, wat volgens hem strijdig is met de Wmo 2015. De rechtbank oordeelde dat de wetgever niet vereist dat het pgb keuzevrijheid biedt uit meerdere aanbieders, maar dat het toereikend moet zijn om bij ten minste één aanbieder de benodigde zorg te kunnen inkopen.
De rechtbank vond voldoende bewijs dat eiser met het toegekende pgb een passende rolstoel kon aanschaffen en een onderhoudscontract kon afsluiten bij Welzorg. De beroepsgronden faalden en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de hoogte van het pgb wordt ongegrond verklaard.