ECLI:NL:RBGEL:2018:3869
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden in garagebedrijf zoon
Eisers ontvingen bijstand, maar deze werd ingetrokken omdat eiser werkzaamheden verrichtte in het garagebedrijf van zijn zoon zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Dit werd vastgesteld op basis van sociale recherche-onderzoeken en waarnemingen over meerdere dagen.
Eisers voerden aan dat zij niet gedurende de gehele periode hebben gewerkt en dat aanwezigheid niet automatisch werk betekent. De rechtbank oordeelde echter dat aanwezigheid op een werkplek tijdens reguliere uren het verrichten van arbeid veronderstelt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Eisers konden dit niet overtuigend aantonen.
Ook het argument van vakantie in een deel van de periode weerlegde de rechtbank, omdat bij een dienstverband het loon doorgaans wordt doorbetaald. Gezondheidsproblemen en taalbarrières boden geen grond voor een belangenafweging vanwege de dwingendrechtelijke aard van de wet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de bijstand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden is ongegrond verklaard.