ECLI:NL:CRVB:2016:4387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld vermogen en inkomsten uit buitenland
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2000, maar het college ontdekte via onderzoek dat zij onroerend goed in Turkije bezaten en dat appellant werkzaamheden verrichtte in de garage van zijn zoon zonder dit te melden. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van ontvangen bedragen.
De rechtbank vernietigde het besluit deels en bepaalde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vóór 4 maart 2014, maar dat vanaf die datum het vermogen boven de vrij te laten grens lag. Het college matigde de terugvordering deels, met name over de periode 19 november 2001 tot 18 juli 2007.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de taxaties van het college deugdelijk zijn, dat het niet melden van het vermogen en de werkzaamheden een geldige grond is voor intrekking, en dat de terugvordering terecht is vastgesteld. De door appellanten gestelde leningen van hun kinderen zijn niet aannemelijk gemaakt als leningen voor levensonderhoud, waardoor de bedragen terecht als inkomen zijn aangemerkt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd met beperkte matiging.