Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 6 februari 2018
[X] , te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
- voor het jaar 2010, een aanslag IB/PVV (aanslagnummer [000] .H.06), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 150.000, alsmede bij beschikking een verzuimboete van € 984. Tevens is bij beschikking € 8.305 aan heffingsrente in rekening gebracht.
- voor het jaar 2010, een aanslag ZVW (aanslagnummer [000] .W.06), berekend naar een bijdrage-inkomen van € 33.189 waarbij bij beschikking € 201 aan heffingsrente in rekening is gebracht.
- voor het jaar 2012, een aanslag IB/PVV (aanslagnummer [000] .H.26.01), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 506.493, alsmede bij beschikking een verzuimboete van € 984. Tevens is bij beschikking € 14.534 aan belastingrente in rekening gebracht.
- voor het jaar 2012, een aanslag ZVW (aanslagnummer [000] .W.26.01), berekend naar een bijdrage-inkomen van € 50.064 waarbij bij beschikking € 143 aan belastingrente in rekening is gebracht.
Overwegingen
Verweerder heeft het resultaat uit overige werkzaamheden van eiser voor de jaren 2010 en 2012 vastgesteld op € 150.000.
Het niet doen van de vereiste aangifte leidt op grond van artikel 27e, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De vereiste aangifte is onder meer niet gedaan als de belastingplichtige die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, de daarbij gestelde termijn ongebruikt heeft laten verstrijken en tevens geen gebruik heeft gemaakt van de hem op de voet van artikel 9, derde lid, van de AWR geboden gelegenheid om aangifte te doen binnen een door verweerder bij aanmaning gestelde termijn (vergelijk Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:675).
.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;