ECLI:NL:RBGEL:2018:53
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en vergelijkingsobjecten in bezwaar tegen beschikking partner
De zaak betreft bezwaar en beroep tegen een WOZ-beschikking op naam van de partner van eiser, waarbij de waarde van de woning per peildatum 1 januari 2016 is vastgesteld. Na bezwaar werd de waarde verlaagd van €279.000 naar €251.000, terwijl eiser een waarde van €229.000 vorderde met een matrix van vergelijkingsobjecten.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht drie vergelijkingsobjecten gebruikte, waaronder het buurpand dat zeer goed vergelijkbaar is. Het door eiser toegevoegde vierde object was minder vergelijkbaar en de lagere verkoopprijs daarvan rechtvaardigt geen afwijking van de gehanteerde vergelijkingsobjecten. De rechtbank sluit zich aan bij het uitgangspunt dat de heffingsambtenaar mag aansluiten bij de hoogste verkoopprijzen.
Verder is geoordeeld dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in onderhoud en kwaliteit tussen de woning van eiser en de vergelijkingsobjecten. Hoewel eiser stelde dat zijn woning eenvoudiger en gedateerd is, heeft hij dit onvoldoende onderbouwd. De matrix is een hulpmiddel en de uitkomst daarvan is aannemelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €251.000 wordt ongegrond verklaard.