ECLI:NL:GHAMS:2017:2163
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na vergelijking met zeven vergelijkingsobjecten
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2014 vast op €344.500, welke na bezwaar werd verlaagd naar €276.000. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en voerde aan dat de vergelijkingsobjecten niet passend waren, met name vanwege de hogere ligging van deze appartementen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar oordeelde dat de motivering van de heffingsambtenaar onvoldoende was. In hoger beroep heeft het Hof de waarde opnieuw getoetst aan de hand van zeven vergelijkingsobjecten in hetzelfde appartementencomplex, waarbij rekening werd gehouden met oppervlakte, ligging, afwerking en parkeerplaats.
Het Hof oordeelde dat het niet bewezen was dat hoger gelegen appartementen systematisch meer waard zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De stellingen van belanghebbende dat ook lagere vergelijkingsobjecten gebruikt hadden moeten worden, werden verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €276.000 bevestigd.