Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 27 maart 2019
[X] N.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
de Staat der Nederlanden (de minister van Veiligheid en Justitie).
Procesverloop
Overwegingen
- [G] ontvangt voor het seizoen 2007/2008 een maandelijks salaris van € 6.500;
- [G] ontvangt vanaf het seizoen 2008/2009 een maandelijks salaris van € 12.000;
- [G] ontvangt een bedrag aangeduid als “prime de signature” (tekengeld) van € 75.000 bruto voor de tweede helft van het seizoen 2007/2008, uit te betalen in twee gedeelten van € 37.500;
- [G] ontvangt vanaf het seizoen 2008/2009 € 252.684 per seizoen aan tekengeld, uit te betalen in vier gedeelten tranches van € 63.171 bruto. Uitbetaling van deze bedragen vindt plaats in de maanden augustus, november, februari en mei. In de overeenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat de bedragen niet zijn verschuldigd na beëindiging van de overeenkomst om welke reden dan ook.
- [I] ontvangt een maandelijks salaris van € 30.250;
- [I] ontvangt per seizoen tekengeld van € 378.000 bruto, uit te betalen in vier gedeelten van elk € 94.500 bruto. Uitbetaling vindt plaats in de maanden augustus, november, februari en mei.
- [H] ontvangt een maandelijks salaris van € 40.000;
- [H] ontvangt tekengeld voor ieder seizoen van € 388.000 bruto uit te betalen in vier gedeelten van € 97.000 bruto ieder, te betalen in de maanden september, december, maart en juni;
- Eiseres garandeert [H] een jaarlijks salaris van € 750.000 netto.
- Voor het seizoen 2010/2011 het maandelijkse salaris wordt bepaald op € 30.000 per maand;
- Het tekengeld voor het seizoen 2010/2011 wordt bepaald op € 288.000 bruto per seizoen, uit te betalen in vier gedeelten van € 72.000 bruto te betalen in september 2010, december 2010, maart 2011 en juni 2011;
- Voor het seizoen 2011/2012 zijn zowel het salaris als het tekengeld ongewijzigd;
- Eiseres garandeert [H] voor het seizoen 2010/2011 een jaarlijks netto salaris van € 687.500.
========
- Vormen de aan de spelers [H] , [G] en [I] in het jaar 2010 toegekende tekengelden een beloning voor door deze spelers in Nederland te verrichten werkzaamheden en zijn zij daarom in Nederland aan loonheffing onderworpen?
- Is in dat geval door opname van de tekengelden in de overeenkomsten een tot het loon te rekenen aanspraak ontstaan, en leidt dit er toe dat verweerder niet meer kan heffen over deze tekengelden?
- Is er een genietingsmoment in Nederland en mag Nederland daarom heffen over een tijdsevenredig deel van de tekengelden?
- Heeft verweerder het juiste tarief toegepast?
- Heeft eiseres recht op vergoeding van immateriële schade?
- de aan [G] uitbetaalde tekengelden van € 48.171 die in augustus en november 2010 zijn betaald;
- 30% over het aan [I] uitbetaalde tekengeld van € 94.500 van februari 2010;
- de aan [H] uitbetaalde tekengelden van € 72.000 die september 2010 en december 2010 zijn betaald.
- tekengeld [G] augustus 2010 € 48.171 * 52% = € 25.048
- tekengeld [G] november 2010 € 48.171 * 108,3% = € 52.169
- tekengeld [I] februari 2010 € 28.350 * 52% = € 14.742
- tekengeld [H] september 2010 € 72.000 * 108,3% = € 77.976
- tekengeld [H] december 2010 € 72.000 * 52% =
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag naar € 207.375;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 2.204;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 333 vergoedt;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;