Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 17 mei 2019
[X] , te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- voor het jaar 2010 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 493.680 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 69.979, alsmede bij beschikking een boete van € 100.000. Tevens is bij beschikking € 53.311 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2011 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 243.680 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 68.874, alsmede bij beschikking een boete van € 100.000. Tevens is bij beschikking € 23.598 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 125.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 85.799, alsmede bij beschikking een boete van € 25.000. Tevens is bij beschikking € 13.912,10 aan belastingrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2013 een navorderingsaanslagIB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 125.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 85.692, alsmede bij beschikking een boete van € 25.000. Tevens is bij beschikking € 11.628 aan belastingrente in rekening gebracht.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV 2010, 2011, 2012 en 2013 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 tot een berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 445.000;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 alsmede de vergrijpboete en de beschikking heffingsrente;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2012 tot een berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 88.715;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 tot een berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 92.305;
- vermindert de bijbehorende beschikkingen heffings-/belastingrente voor 2010, 2012 en 2013 overeenkomstig de verminderde navorderingsaanslagen;
- verlaagt de boete over 2010 tot € 97.500;
- verlaagt de boetes over 2011 en 2012 tot 47,5% van de verschuldigde nagevorderde belasting;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.020;
- gelast dat verweerder de door eiser betaalde griffierechten van € 92 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;