Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 12 juni 2019
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
CZK 62.000.
Voorziening
- eiser geen zekerheden had bedongen;
- [H] de verschuldigde 5% rente niet had betaald;
- [H] geen materiële vaste activa had die konden dienen als zekerheid;
- [H] vanaf oprichting voortdurend verlies had geleden;
- [H] volgens haar eigen budgetten ook in de jaren 2007 en 2008 nog verlies zou gaan leiden.
I. Indien aan de vordering op [M] als gevolg van de storting door [J] een waarde valt toe kennen dan leidt dit ertoe dat als gevolg van de omzetting de leningen 2 en 4 in waarde zijn gestegen. Volgens verweerder worden deze leningen, die bij aanvang een waarde van nihil hadden, door de omzetting weer volwaardig, met als gevolg een heffing in box 1.
Belastbaar inkomen uit werk en woning Nihil
2.724 + 14.500)
Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang € 446.596
Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen € 2.610 (17.110 -/- 14.500)
Belastbaar inkomen uit werk en woning Nihil
Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang Nihil
Vast te stellen verlies uit aanmerkelijk belang -/-€ 1.847
Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen € 53
Beslissing
inkomen uit werk en woning van nihil, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk
belang van € 446.596 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen € 2.610;
- stelt het verlies uit werk en woning in 2008 vast op € 12.671;
inkomen uit werk en woning van nihil, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk
belang van nihil en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen € 53;
bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.788;
mr.drs. S.J. Willems-Ruesink, rechters, in tegenwoordigheid van M. Brouwer, griffier.
te ondertekenen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;