Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
1.De procedure in de hoofdzaak
- het tussenvonnis van 21 december 2016
- de deeldeskundigenberichten
- de conclusie na (deel)deskundigenberichten van [eisers]
- de conclusie na (deel)deskundigenberichten van Generali
- de akte van [eisers]
- de akten van Generali.
2.De procedure in de vrijwaringszaak
3.De verdere beoordeling
in de hoofdzaak
Principes
geen aanspraak op alimentatie resp. levensonderhoud, doch een eigen(werkelijke, dus niet van de verongelukte alimentatieplichtige afgeleide)
aanspraak op schadevergoeding(Oostenrijks Wetboek van civiele rechtsvordering [‘Zivilverfahrensrecht, ZVR’] 2001/23).
de echte en onechte kinderen het recht, aanspraak te maken(een partner hiervan, stief- of pleegkind heeft dit recht niet); ook de
langst levende echtgenootkan krachtens art. 1327 ‘ABGB’ tegenover de veroorzaker
onbeperkt aanspraakmaken.
professionele krachtente worden uitgegaan.
vermogen van een echt kind, zelf in de kosten van zijn levensonderhoud te voorzien, ontstaat niet pas op het moment van meerderjarigheid, doch reeds op het moment dat het kind in staat is, zelf door arbeid te voorzien in de middelen voor zijn redelijke levensonderhoud (‘ZVR’ 1972/27).
Gedetailleerde berekening van de kosten van levensonderhoud
de aanspraken apart van elkaartoekomen en dat
voor wat betreft de hoogte en de duur afzonderlijke bepalingen gehanteerdworden.
separaat en streng van elkaar gescheiden berekend te worden.
netto inkomenvan de verongelukte persoon te worden uitgegaan, aangezien deze de te betalen belastingen en andere heffingen niet voor het onderhoud van zijn gezin zou hebben kunnen gebruiken (‘OGH’ 7-10-1960, ‘ZVR’ 1961/81).
op meewerken van de ander in het huishouden dient gelijkgesteld te worden aan de aanspraak op een bijdrage in de kosten van levensonderhoud.
betalingen voor het huishouden resp. voor zorg en begeleidingdienen alle kosten (als gederfde bijdragen in de kosten voor levensonderhoud) te worden vergoed die nodig zijn om de benadeelde in de positie te houden waarin hij was geweest als de verongelukte persoon de betalingen had gecontinueerd (‘ZVR’ 1989/106).
toekomstige ontwikkelingbij de inkomensomstandigheden van de verongelukte, onderhoudsplichtige dient rekening te worden gehouden.
principebeslissing van het ‘OGH’(EF 36.218) dient de
gederfde bijdrage van de nabestaande echtgenoot in de kosten van levensonderhoud, rekening houdend met het totale inkomen van de echtgenoten
als volgt te worden berekend:
totale inkomen van de beide echtgenoten(de weduwe heeft haar eigen inkomen) dienen allereerst de vaste huishoudkosten te worden afgetrokken; vervolgens dient te worden berekend, welke delen van het resterende bedrag ter dekking van de behoeften van de afzonderlijke gezinsleden werden gebruikt (
aandeel in de consumptie).
weduwe haar eigen inkomen slechts moet laten verrekenen wanneer ze daaruit reeds bij leven van de overledene vrijwillig een bijdrage in de kosten van levensonderhoud heeft betaald(2 Ob 99/06 g).
contante kosten van levensonderhouden
kosten van de verzorging.
niet beïnvloed worden door het aantal personen in dat huishouden.
volgende stapworden de
vaste kostenweer verdeeld over
de schuldeisers die een vergoeding van alimentatie en levensonderhoudskosten eisen.
uitkering in geld. (art. 14 lid Pro 3 ‘EKHG’; ‘OGH’20-01-1961 ‘ZVR’ 1961/174)
gewichtige redeneneen afkoopsom eisen indien de schadevergoedingsplichtige in staat is, een bedrag ineens te betalen. (art. 14 lid Pro 3 ‘EKHG’).
toestemmingvan de gedaagde voor een dergelijke vordering van de eiser voldoende is (2-4-1964 EF 2074).
natuurlijke levensverwachting van de verongelukte persoonvormt dan ook een grens in dezen (‘ZVR’ 1976/20).
uitkeringen door derdenmoet de benadeelde slechts dan als voordeel laten verrekenen, wanneer dit aan het doel van de schadevergoeding beantwoordt en niet tot een onredelijke ontlasting van de veroorzaker leidt.
weduwen- (‘ZVR’ 1999/133), het
wezen-(kinderen) (‘ZVR’ 1957/199) alsmede het ‘bedrijfspensioen’ volgens een bedrijfsintern pensioenreglement als compensatie voor gederfde inkomsten (SZ 53/38)
te worden verrekend.
netto schade.
eventueel te betalen inkomstenbelasting, de te vergoeden schade compenseren (2 Ob 98/95).
en wel met name:
metoverlijden. In Oostenrijk kan dit verschil echter ook in de situatie
zonderoverlijden een rol spelen. Het gaat dan om inkomen dat een gezinslid uitsluitend voor zichzelf gebruikt. Dit deel dient in de gehele berekening buiten beschouwing te blijven.
Amsterdamse schaalals “Konsumquote” toe te passen.
4.De beslissing
1 maart 2020, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,