Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 januari 2020
[X] , te [Q] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Doetinchem, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
4 april 2015 afgeweken van de aangifte en het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 7.269.
3 januari 2017 beroep ingesteld. Verweerder heeft erop gewezen dat e-mail niet openstaat voor het verzenden van een ingebrekestelling. Verweerder heeft ook gemotiveerd verklaard dat hij pas op 6 januari 2017 bekend werd met de ingebrekestelling. Omdat geen sprake is van een ingebrekestelling in de zin van artikel 6:12 van Pro de Awb, heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank te vroeg beroep ingesteld. Er is sprake van een zogeheten prematuur beroep. Dit beroep is daarom niet-ontvankelijk.
€ 25.000 per navorderingsaanslag heeft geleden is nergens uit gebleken. Dit verzoek wijst de rechtbank dan ook af.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de uitspraken op bezwaar gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV tot één naar een belastbaar inkomen uit werk en woning tot € 28.131;
- vermindert de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW tot één berekend naar een bijdrage-inkomen van € 32.924
- vermindert de beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.778;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 174;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden.
mr. I.A. Kranenburg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2020.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;