Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
Processtukken
‘indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen’.Voor een onderbreking moet er dus sprake zijn van een periode van vier weken waarin de werknemer - anders dan in de daarvoor liggende en de daarop volgende periode -
nietin verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte
verhinderdis geweest zijn arbeid te verrichten. Daarbij is niet bepalend of de werknemer feitelijk zijn arbeid heeft
verricht(Vgl. Hof Den Haag 7 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1538). De stelplicht en, bij betwisting, de bewijslast omtrent de vraag of er een onderbreking is geweest en derhalve een nieuwe loondoorbetalingsverplichting is aangevangen rusten op de werknemer die zich op het ontstaan van een nieuwe loondoorbetalingsperiode van 104 weken als bedoeld in artikel 7:629 lid 1 BW Pro beroept.
“indien de werknemer zich op grond van (dreigende) psychische of lichamelijke klachten niet in staat acht de werkzaamheden te verrichten, hoewel ten aanzien van de ongeschiktheid geen medische beperkingen van psychische of fysieke aard kunnen worden vastgesteld”. In dit soort gevallen worden nogal eens - inmiddels ongewenst geacht [1] - gesproken over situatieve arbeidsongeschiktheid.
‘Van mevr [naam 3] heb ik al groen licht gekregen om weer te gaan weken […]Ik zal morgen mijn huisarts raadplegen. Ik neem aan dat ik van hem ook groen licht krijg.’Tot slot wijst de uitlating van [eiser] dan wel zijn gemachtigde blijkens pag. 35 van de transcriptie van het gesprek van 11 december 2018
‘Ja, er zit nog wel nog wat beperking op. Tenminste, als ik de laatste functionele mogelijkheden-lijst bekijk. Met name met betrekking tot het wisselen van de diensten’en
‘Ja, dat is ook een probleem, ja’niet op volledige arbeidsgeschiktheid van [eiser] . Ook toen medio januari 2019 kennelijk - volgens [eiser] - aan alle voorwaarden die volgens hem nodig waren voor werkhervatting was voldaan, heeft [eiser] niet volledig, maar slechts deels, zijn werk hervat. Als het al juist zou zijn dat [eiser] volledig arbeidsgeschikt was en de problemen op de werkvloer slechts aan feitelijke werkhervatting in de weg stonden is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet te begrijpen waarom [eiser] op 15 januari 2019 niet volledig heeft hervat in eigen werk, dus voor de normale taken, contracturen en met wisselende diensten.