De rechtbank Gelderland behandelde een vordering van het openbaar ministerie tot machtiging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die een ontnemingsbedrag niet had voldaan. De ontnemingsmaatregel was opgelegd vóór de inwerkingtreding van de Wet USB op 1 januari 2020, waardoor lijfsdwang nog toepasselijk is in plaats van gijzeling.
De veroordeelde was meerdere malen in de gelegenheid gesteld tot betaling en het treffen van een betalingsregeling, maar had niet voldaan en was sinds maart 2018 uitgeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie, waardoor verhaal op vermogen niet mogelijk bleek. De rechtbank concludeerde dat de oude wettelijke regeling van toepassing is en verklaarde zich bevoegd de vordering te behandelen.
De rechtbank wees de vordering gedeeltelijk toe en legde 180 dagen lijfsdwang op, met de mogelijkheid voor het OM om bij nieuwe feiten een nieuwe vordering in te dienen. De veroordeelde kan de lijfsdwang voorkomen of bekorten door betaling en kan verzoeken om opheffing van de maatregel.