ECLI:NL:RBGEL:2020:6481
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. van Lee
- J.A. van Schagen
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding tussen ex-echtgenoten
Eiseres werkte vanaf 1 januari 1993 tot 1 mei 2017 in het bedrijf van een vennootschap waarvan haar ex-echtgenoot de enige bestuurder was. Zij stelde dat zij op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst als werknemer in dienst was, maar verweerder weigerde haar WW-uitkering omdat zij niet als werknemer werd aangemerkt vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.
De rechtbank onderzocht de arbeidsrelatie en concludeerde dat ondanks het bestaan van een arbeidsrelatie, de huwelijksrelatie tussen eiseres en haar ex-echtgenoot de arbeidsrelatie domineerde. Er was geen objectief bewijs van een gezagsverhouding; eiseres bepaalde zelf haar werktijden, had een hoger salaris en meer vakantiedagen dan andere werknemers, en er werden geen functioneringsgesprekken met haar gevoerd.
Ook de vaststellingsovereenkomst en de wijze van beëindiging van de arbeidsrelatie wezen niet op een reguliere dienstbetrekking. De rechtbank vond dat eiseres niet had aangetoond dat zij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond en daarom geen werknemer was in de zin van de WW. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiseres geen werknemer was en bevestigt de weigering van de WW-uitkering.