Uitspraak
[verweerder]
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een uitzendovereenkomst fase A tussen verzoeker en verweerder, waarbij verzoeker sinds oktober 2019 werkzaam was via een uitzendbureau bij een inlener in de glas- en tuinbouw. De overeenkomst was telkens voor de duur van een week en werd stilzwijgend verlengd. Vanaf december 2020 verrichtte verzoeker geen werkzaamheden meer en werd het loon stopgezet.
Verzoeker vorderde vernietiging van het ontslag, betaling van loon, een aanbod voor vaste urenomvang, en een transitievergoeding. Verweerder stelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was geëindigd doordat verzoeker geen werk meer kreeg bij de inlener en een passend aanbod voor ander werk niet accepteerde.
De kantonrechter kwalificeerde de overeenkomst als een uitzendovereenkomst fase A en oordeelde dat deze rechtsgeldig was geëindigd doordat verzoeker na 6 december 2020 geen werkzaamheden meer verrichtte. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en loondoorbetaling werd afgewezen. De aanzegplicht was niet van toepassing vanwege de korte duur van de overeenkomst.
Ten aanzien van de transitievergoeding oordeelde de rechter dat verzoeker geen recht had omdat zij het werkaanbod bij een andere locatie had afgewezen. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van loon over de periode vanaf 14 oktober 2020 tot 7 december 2020 omdat zij niet tijdig een schriftelijk aanbod voor een vaste urenomvang had gedaan zoals vereist volgens artikel 7:628a lid 5 BW.
De proceskosten werden gecompenseerd en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt afgewezen, maar de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon wegens niet-tijdig aanbod vaste urenomvang.