Uitspraak
De beroepen van [eiser 2] en [eiser 4]
Het beroep van de [eisers 5]
De beroepen van [eiser 1] en [eiser 2] tegen het wijzigingsbesluit
Procesbelang [eiser 2]
- in het geluidonderzoek is uitgegaan van een te beperkte representatieve bedrijfssituatie. Het aantal verkeersbewegingen van 26 is onvoldoende onderbouwd omdat door wisselende werktijden een parkeerplaats dubbel gebruikt kan worden, met extra verkeersbewegingen tot gevolg. Ook is slechts het schoppen van een bal door een kind meegenomen en niet het hogere bronvermogen in verband met het schoppen van een bal door een puber/volwassene;
- geluiden met een impulsachtig karakter hadden inzichtelijk gemaakt moeten worden;
- de puntbronnen 1 en 2 (het stuiteren van een bal en een bal op de balk) zijn ten onrechte op het midden van het pannaveldje gesitueerd op 15/16 meter van de woningen. Omdat de palen op 10 meter afstand van de appartementen staan, had van dit meetpunt moeten worden uitgegaan. Ook voor puntbronnen 4 en 5 kan niet worden nagegaan of het een reële worst-case-benadering is van de werkelijkheid;
- de geluidmeting is beïnvloed door de school doordat aan kinderen instructies zijn gegeven geen lawaai te maken. De situatie op het schoolplein was ook niet representatief met de gemiddelde situatie voor corona;
- niet is onderbouwd dat de bekleding van de houten palen met beplanting leidt tot een geluidreductie;
- ten onrechte is overwogen dat het speelterrein geen binnenterrein is. Het terrein wordt volgens eisers grotendeels omsloten door bebouwing en grenst slechts zeer beperkt (voor 10%) aan de openbare ruimte. Het eigen parkeerterrein van de school telt niet mee als openbaar gebied, aldus eisers. Volgens eisers had de weekendsituatie ook moeten worden onderzocht, omdat in het weekend de school gesloten is en wel moet worden getoetst aan stemgeluid;
Het beroep van [eiseres] tegen het wijzigingsbesluit
Overtreding
Conclusie
- verklaart het beroep van eiser [eiser 4] tegen het besluit van 17 juni 2019 ongegrond (zaaknummer 19/3701);
- verklaart het beroep van eiser [eiser 2] tegen het besluit van 17 juni 2019 ongegrond (zaaknummer 19/4017);
- verklaart het beroep van [eisers 5] e.a tegen het besluit van 17 juni 2019, gewijzigd bij besluiten van 10 en 13 september 2019, en de besluiten van 23 maart 2021 en 21 april 2021 niet-ontvankelijk (zaaknummer 19/3600);
- verklaart het beroep van eiser [eiser 1] , eiser [eiser 2] en [eiseres] tegen het besluit van 17 juni 2019 niet-ontvankelijk, en draagt verweerder op om de proceskosten van eiser [eiser 1] van € 1.496, de proceskosten van eiser [eiser 2] van € 748 en de proceskosten van [eiseres] van € 1.496 te vergoeden;
- verklaart het beroep van [eiseres] tegen de besluiten van 23 maart 2021 en 21 april 2021 ongegrond (zaaknummer 19/3561),
- verklaart het beroep van eiser [eiser 1] tegen de besluiten van 23 maart 2021 en 21 april 2021 ongegrond (zaaknummer 19/3721);
- verklaart het beroep van eiser [eiser 2] tegen de besluiten van 23 maart 2021 en 21 april 2021 ongegrond (zaaknummer 19/3907).